Written by Stefan de Vries December 26th, 2014

Close

“Zelfs honden worden beter behandeld” De beelden van het Italiaanse eilandje Lampedusa, waar honderden, vooral Tunesische vluchtelingen aankwamen, zorgden voor koude rillingen op de xenofobe Europese ruggen. Lampedusa ligt slechts 138 kilometer van de Tunesische kust, en dus gevaarlijk dichtbij voor een “uittocht van Bijbelse proporties” en een “tsunami van illegalen”. Frankrijk en Italië dreigden tot grote ergernis van de Europese Commissie de grenzen dicht te gooien uit angst voor de “anderhalf miljoen” die er volgens de Italiaanse minister van Binnenlandse Zaken Maroni zouden volgen. Een half jaar na het vertrek van Ben Ali zijn er naar schatting 25.000 Tunesiërs de Unie binnengekomen; een deel is alweer teruggekeerd. Tussen de 600 en 900 van hen verblijven al maanden in Parijs. Na een euforische revolutie is hun hoop komen te stranden op een pleintje in het 19e arrondissement, vlakbij de périphérique, de troosteloze rondweg van de stad. Anderen hangen in het Buttes-Chaumontpark. Omdat er niet genoeg opvangplaatsen zijn, wil de gemeente Parijs dat in ieder geval de helft terugkeert naar Tunesië. De vluchtelingen krijgen een vertrekpremie van 700 euro van de stad en 300 euro van de OFII, het immigratie- en integratiebureau van de Franse overheid. Dat is echter niet genoeg om de lening van de overtocht (zo’n 2000 à 3000 euro) terug te betalen en met opgeheven hoofd terug te keren. Het aantal vrijwillige terugkeerders is daarom laag. De staat is van mening dat zij illegaal zijn en daarom allemaal het land moeten verlaten. “Iedereen die niet aan de voorwaarden voldoet, moet uitgezet worden,” aldus het Franse ministerie van Binnenlandse zaken.   “En dit is het hotel”, is Gasmi’s cynische commentaar, terwijl hij met zijn hand over het vergeelde grasveld strijkt, met daarop afgebladderde bankjes en dekens onder de bomen. Zijn blik stokt bij de vijf lichamen die zich opgerold hebben in kaki slaapzakken. Gasmi, een Tunesische immigrant, ‘woont’ al drie maanden op dit Parijse plein. Samen met enkele honderden anderen noemen ze dit ‘de tuin’. Maar de tuin is niet veel meer dan een grasveldje tussen de Porte de la Villette en de ringweg met zijn onophoudelijke stroom auto’s.   “C’est hchouma”, zegt de uitgeputte dertiger. Hchouma? “Schaamte”, verheldert een ander die zich opwerpt als vertaler van Gasmi. “In Tunesië denkt men dat Frankrijk het land van de mensenrechten is; in feite is dat niet meer dan een oude mythe!” zegt hij opgewonden. “Ze praten hier over ‘Liberté, Egalité, Fraternité’, maar we kunnen niet eens gebruik maken van wc’s!” Om hem heen verzamelt zich een klein groepje. Iedereen is tussen de 18 en 35 jaar oud en ze dragen allen een spijkerbroek met gympen. Ze hebben sombere gezichten met flinke wallen onder de ogen. Hun achtergrond is min of meer hetzelfde. Ze zijn Tunesië ontvlucht op het moment van de val van de dictator, overtuigd een baan te vinden in Frankrijk, de oude kolonisator, het eldorado. Veel mannen hier komen uit Zarzis, een toeristisch kuststadje in het zuidoosten. Ze waren er kapper, bakker of autoreparateur en hoopten een beter leven tegemoet te gaan. Met een paar duizend dinar op zak, vaak bij elkaar gespaard door de familie, zijn ze met honderden tegelijk vertrokken, opeengepakt als de sardines waarvoor de twintig meter lange oude vissersboten eigenlijk gebouwd zijn. Ze zijn allemaal via Lampedusa gekomen, het eiland van twintig vierkante kilometer met vijfduizend inwoners, dat zo’n 20 à 25.000 vluchtelingen zag komen sinds het begin van de Arabische omwentelingen. Hier krijgen ze te eten en onderdak. Het Rode Kruis geeft hen kleding, telefoonkaarten en soms zelfs sigaretten. Van Lampedusa zijn ze naar Bari gegaan, vervolgens met de trein via Milaan naar Ventimiglia aan de Frans-Italiaanse grens. De voorlaatste etappe was Nice om uiteindelijk, na een reis van drie maanden, aan te komen in Parijs. “Wat moeten we doen in Italië?” vraagt Chardin, 18 jaar, retorisch. De taalbarrière en het weinige werk maken Italië niet aantrekkelijk om te blijven. Er zijn naar schatting zo’n 600.000 mensen van Tunesische origine in Frankrijk, een van de grootste groepen immigranten. Tweederde van hen heeft de Franse nationaliteit. De Tunesische vluchtelingen hebben in veel gevallen familie of hopen op de hulp van de gemeenschap om een baantje te vinden. Maar ook Frankrijk gaat gebukt onder een hoge werkloosheid en de solidariteit is niet vanzelfsprekend. Een half jaar na hun vertrek zijn de meeste dromen al aan diggelen gevallen. En heeft de desillusie plaatsgemaakt voor woede. Tunesiërs houden van Frankrijk. Voor ons is het de plek waar alles mogelijk is, zoals Engeland,” legt Gasmi uit, een visser van beroep, “Maar hier helpt niemand ons. Als de Fransen bij ons hun vakantie komen vieren, geven we hen dadels en ritjes met kamelen, maar hier doen zij niets voor ons. Zelfs jullie poedels worden nog beter behandeld,” vat Badis samen. “We slapen in parken, aan de kant van de weg, we zitten in de shit!” Het enige dat ze willen is werken, een woning vinden en een normaal leven leiden. Maar zonder papieren is dat onmogelijk. Dus rest hen niets anders dan hun dagen te slijten rondom het pleintje. Dramatisch Ze krijgen eten en drinken van Parijzenaars en humanitaire organisaties, zoals France Terre d’Asile, die zich normaalgesproken inzet voor asielzoekers, maar zich nu ook ontfermt over de Tunesiërs. Pierre Henry, de directeur van de stichting, is woedend op de harde opstelling van de Franse regering: “De minister antwoordt uitsluitend met de inzet van politie, maar dat lost allemaal niets op. De arrestaties en het opsluiten in huizen van bewaring is belachelijk. In het grote Europa met een half miljard inwoners kunnen we niet eens 20.000 vluchtelingen opvangen!” Ook ruim 2.200 kilometer verderop, in Tunis, wordt op nagenoeg hetzelfde moment de ‘tsunami’ gerelativeerd. De Nederlander Adriaan Koetsenruijter is de ambassadeur van de Europese Unie en stelt dat het probleem enorm wordt overtrokken. “Twintigduizend vluchtelingen? Dat is nog niet eens de helft van het aantal mensen dat in het Milanese stadion van meneer Berlusconi past,” zegt hij in de marge van een conferentie over de huidige stand van zaken van de Tunesische economie, gehouden in de hoofdstad Tunis. Koetsenruijter ziet die toekomst zeer zonnig in. “Het land heeft alles om in economische zin te slagen: een hoog opgeleide bevolking, een goede arbeidsmoraal, handelsgeest en een gerichtheid op het buitenland, Europa in het bijzonder”. Uit naam van de EU ijvert Koetsenruijter al jaren voor een apart statuut voor Tunesië, zoals de EER met onder andere Noorwegen en Zwitserland. Ook al is de Tunesische economie relatief klein, hij wijst graag op de enorme handelsbelangen, 80 procent van de Tunesische handel vindt plaats met Europa. Alle gedoe over immigratie begrijpt hij niet. “De Europese landen vergrijzen in hoog tempo en reproduceren zich niet. Ze hebben die immigratie hard nodig willen zij het zelfde niveau van welvaart op termijn behouden.” De Europese hoofdsteden lijken vooralsnog voorbij te gaan aan die economische potenties. Voor Pierre Henry is de reden voor gebrek aan Europese daadkracht simpel: “Politiek gewin voor de nationale leiders. Er is het Italiaanse populisme, dat sinds het begin praat van een Exodus, en het Franse populisme dat doet alsof met extra grenzen het probleem onder controle is.” De directeur vraagt zich af of Europa wel met een oplossing wil komen: “Kan Europa nog een solidair, humanistisch antwoord hebben? Ik hoop het, maar dan moeten we wel snel zijn.” Ondertussen verzwakken de mannen met de dag. Bij de ingang van het parkje delen twee vrouwen eten uit. Het zijn Fatima en Saïda, twee vrijwilligers van ver in de vijftig die hier komen zodra ze kunnen. In hun dozen hebben ze vandaag koekjes, chocopasta, koffie maar ook oogdruppels en aspirine. “De situatie is dramatisch,” verzucht Saïda terwijl ze het eten uitdeelt aan de uitgehongerde groep, “Het is normaal wat ik doe, ik ben al met pensioen en in het leven heb ik alles gekregen wat ik wilde. Zij hier, hebben niets…” De vluchtelingen noemen haar maman of tata, tante. Ze is zelf geboren in Tunesië en woont al meer dan veertig jaar in Parijs. Ze benadrukt dat ze alle daklozen helpt, waar ze ook vandaan komen. De voedseluitreikingen geven een beetje houvast aan de vluchtelingen. Het eten en de producten voor lichamelijke verzorging zijn misschien niet veel, maar de hulporganisaties doen wat ze kunnen. Soms komt de politie ook even langs. Volgens de vluchtelingen neemt die hen soms mee om te douchen. Soms komen de flics om hen te arresteren, waarna ze niet veel later weer worden vrijgelaten.    Naast het speelterrein doet Chardin, 17 jaar, wat oogdruppels in. Hij maakt deel uit van de migranten die een paar dagen daarvoor uit een gekraakt pand aan de Avenue Simon Bolivar zijn gezet, niet ver van het plein hier vandaan. Hij beweert dat er hij met traangas bespoten is, geknuppeld en gehandboeid is. Na een verhoor van een paar uur is hij ’s avonds weer vrijgelaten. In gebrekkig Frans legt hij uit dat hij weer terug wil naar Tunesië. Het probleem is echter dat hij geen geld meer heeft en zijn vader en moeder, die in zijn dorp zijn achtergebleven, niet wil teleurstellen. “Zijn familie die alles in hem geïnvesteerd heeft,” voegt een ander toe, “zal verdrietig zijn als ze hem hier op het pleintje zien leven als een ordinaire bedelaar.”

Art

Travel used to be reserved for the elite or for explorers, not sure whether they were ever going to make it back home. Now that the Concorde has stopped serving […]

Continue reading →

View all

Books

Once in a while (a little too often actually) I indulge myself in a spending spree on Amazon, and yesterday I ordered these items: The Omnivore’s Dilemma: The Search for […]

Continue reading →

View all

Movies

Talking about who the Germans are, and whether they are entitled to some form of national pride is a very recent topic. Last summer’s World Championship was the first time […]

Continue reading →

View all

Music

Camille is a young ‘chanteuse’. Her new album Le Fil is magical. All the songs are interconnected by one long note, Le Fil, or The Wire. Since a couple of […]

Continue reading →

View all

Now

Is it a bird? Is it a plain? No, it is a planet! Or something that used to be planet. Or that might stay a planet. This week, amid so […]

Continue reading →

View all